← Werkwoorden · Verbos · Verbs

spelen · jugar · to play

🇳🇱 Nederlands

Tegenwoordige tijd

ik speel
jij speelt
hij speelt
wij spelen
jullie spelen
zij spelen

Verleden tijd

ik speelde
jij speelde
hij speelde
wij speelden
jullie speelden
zij speelden

🇪🇸 Español

Presente

yo juego
tú juegas
él juega
nosotros jugamos
vosotros jugáis
ellos juegan

Pretérito indefinido

yo jugué
tú jugaste
él jugó
nosotros jugamos
vosotros jugasteis
ellos jugaron

🇬🇧 English

Present simple

I play
you play
he plays
we play
you all play
they play

Past simple

I played
you played
he played
we played
you all played
they played

Voorbeeldzinnen · Frases de ejemplo · Example sentences

Oefen werkwoorden · Practica verbos · Practise verbs →