← Werkwoorden · Verbos · Verbs

slapen · dormir · to sleep

🇳🇱 Nederlands

Tegenwoordige tijd

ik slaap
jij slaapt
hij slaapt
wij slapen
jullie slapen
zij slapen

Verleden tijd

ik sliep
jij sliep
hij sliep
wij sliepen
jullie sliepen
zij sliepen

🇪🇸 Español

Presente

yo duermo
tú duermes
él duerme
nosotros dormimos
vosotros dormís
ellos duermen

Pretérito indefinido

yo dormí
tú dormiste
él durmió
nosotros dormimos
vosotros dormisteis
ellos durmieron

🇬🇧 English

Present simple

I sleep
you sleep
he sleeps
we sleep
you all sleep
they sleep

Past simple

I slept
you slept
he slept
we slept
you all slept
they slept

Voorbeeldzinnen · Frases de ejemplo · Example sentences

Oefen werkwoorden · Practica verbos · Practise verbs →