← Werkwoorden · Verbos · Verbs

groeien · crecer · to grow

🇳🇱 Nederlands

Tegenwoordige tijd

ik groei
jij groeit
hij groeit
wij groeien
jullie groeien
zij groeien

Verleden tijd

ik groeide
jij groeide
hij groeide
wij groeiden
jullie groeiden
zij groeiden

🇪🇸 Español

Presente

yo crezco
tú creces
él crece
nosotros crecemos
vosotros crecéis
ellos crecen

Pretérito indefinido

yo crecí
tú creciste
él creció
nosotros crecimos
vosotros crecisteis
ellos crecieron

🇬🇧 English

Present simple

I grow
you grow
he grows
we grow
you all grow
they grow

Past simple

I grew
you grew
he grew
we grew
you all grew
they grew

Voorbeeldzinnen · Frases de ejemplo · Example sentences

Oefen werkwoorden · Practica verbos · Practise verbs →